← terug naar het museum

Stadsgedicht 2025/01

Beverwijk groet de kunst

Stadsgedicht januari 2025 · een hommage aan Paul van Ostaijen

Ik groet het plein
    Het plein groet terug
      Hallo plein zegt de kunst
         Hallo kunst zegt de lucht

De kerk fluistert zachtjes
   Kom dichterbij zegt ze
       Zie de mensen zie de lijnen
       De kleuren de handen de ogen

Beverwijk glimlacht
   Van duin tot plein
Van straat tot zee
   Wij allemaal zegt Beverwijk
   Wij allemaal

Hallo zegt de Bintangsbrug
          Pling plong pluck
Hallo zegt de Kennemerlucht
Hallo Beverwijk zegt de kunst
MttS
Mattijs Reinen
stadsdichter Beverwijk 2025

De ansichtkaart

Voorzijde van de ansichtkaart Achterzijde van de ansichtkaart, met het gedicht

Illustratie door Nikki Kröder

Nikki Kröder is een kunstenaar en docent die balanceert tussen fijne details en grootse ontwerpen. Ze maakt gevoelige, maar ook krachtige tekeningen met diverse materialen en ontwerpt decors voor theaterproducties. In de IJmond vindt ze vrijheid om zelf te creëren en anderen te inspireren hun grenzen te verkennen. Met Nikki kijk je anders naar je omgeving en ontdek je verhalen in staal, cultureel erfgoed en fantasierijke details, met gevoel en precisie. nikkikroder.nl

Toelichting

Alle mooie ontmoetingen die gebeuren op de pleinen van Beverwijk — hoe kijkt de stad hier zelf naar? Een kleine knipoog naar Marc groet 's morgens de dingen van Paul van Ostaijen.

literaire context — Paul van Ostaijen en Ingmar Heytze

Mijn gedicht vormt voor mij een drieluik met deze twee voorgangers.

Marc groet 's morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
                    ploem ploem

dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel

dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
      van het visserke-vis
goeiendag

DAA-AG VIS
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn

— Paul van Ostaijen
Dichter groet 's morgens de dingen

Dag kruk, dag zeikerds, dag café,
hé fiets, ha slot, ga nou eens open,
juist. Zeg voorwiel, blijf eens recht,
o handen hou dat stuur nou vast,

dag schots en scheve sterrenbeelden,
vlieg toch niet zo snel voorbij,
dag harde koude kinderhoofdjes
blauwgroen in mijn ribbenkast —

ha die voordeur, leeg portiek,
hoi trap, daar kom ik, stommel stommel,
antwoordapparaat vol ruis,
we zijn weer thuis. Dag twijfelaar,

wat ben je koud en leeg
zo zonder haar.

— Ingmar Heytze, uit Alle goeds (2001)