Wij gaan samen grootse dingen doen. Het lot heeft ons samengebracht en dat mogen we niet negeren. 10 minuten geleden dobberde ik nog in de koude zee. Maar misschien ga ik iets te snel nu. Eerst een stapje terug.
Mijn reis naar jouw warme handen begon een week geleden. Door het sleutelgat valt licht naar binnen en ik zie beweging in de werkkamer. Rustig maar geconcentreerd lig ik in de aanslag om woorden te vangen. Vooral wanneer mijn papieren collega's en ik het geluid van afwassen en stofzuigen horen is de kans groot dat wij aan de bak mogen. De meeste schrijvers maken namelijk eerst alle vervelende huishoudelijke klusjes af voordat wij in beeld komen. Hoe groter de huishoudelijke klussen vooraf, hoe groter de kans dat we geen suf boodschappenlijstje worden. Wij werken in de schoonste huizen. Ik ben niet het bovenste vel van het kladblok.
Mijn voorganger vangt de klappen op, wordt het schetsblad, onttroebelt de geest. Met maar één voorganger is de kans groot dat we beiden als prop in een hoek van de kamer eindigen. Het zal niet de eerste keer zijn dat mij dit overkomt. Nu spant het erom. Het moment dat ik mijn schrijver ga ontmoeten. Terwijl mijn voorganger losgescheurd wordt kan ik de schrijver al gadeslaan. Een vastberaden, maar toch ook weifelende blik. Drukke schetsen op mijn maatje dat naast de typemachine ligt. Af en toe de blik op oneindig, maar snel de weg weer terug naar het papier. Aangezien ik het grootste deel van mijn tijd wachtend in de luwte doorbreng is dit een emotionele achtbaan. Zeker als ik na tien minuten losgescheurd wordt en tussen de rollen van de typemachine verdwijn.
Niet intimideren nu. Maak je klein. Ik ben geen groot, wit, leeg vel, ik ben geen groot wit, leeg vel. Ik staar niet terug.
Ik wil mezelf opvouwen tot een vriendelijk klein velletje om later mijn uiteindelijke vorm aan te nemen. Ik ben een samenraapsel van restanten. Stukjes reclamefolder, ansichtkaarten, uitnodigingen voor bruiloften, sommige van mijn vezels zijn in de mooiste badkamers geweest. Het is lastig te omschrijven waar ik ophoud en waar de ander begint na de vele wedergeboorten. Je herkent naarmate je langer bestaat in omstanders altijd dingen van jezelf. Een vriendelijk zoekend gezicht kijkt terug. De aanblik van de schrijver doet mij gloeien. Geen idee van de boodschap die ik dragen mag.
Ik ben geen groot, wit, leeg vel. De terugkeer van het vertrouwde gehamer van een typemachine schudt het laatste beetje luwte uit mij. Onophoudelijk verdrijven de beloften, gedachten en gevoelens via dansende vingers de grote, witte, leegte. Elke letter mokert zich in mijn kern. Elke letter door mijn vezels gedragen is het waard. Zijn waarheid is mijn waarheid. Dit is ons perspectief. Andere regels gelden niet. We doen dit samen, zijn een en maken er het beste van op onze manier. De gevolgen van deze door ons geschetste waarheid zijn voor ons. Ik zie een traan verschijnen, langzaam gevolgd door een glimlach. Het is klaar. De schrijver verlost mij van de typemachine en verlaat de kamer. De boodschap is van mij. Scherp, maar eerlijk. Recht voor zijn raap, maar zonder venijn. Ik gloei nog na en wil dit gevoel niet kwijt. Zoiets maak je maar weinig mee. Enkele momenten later komt de schrijver de werkkamer binnen met een lege fles. Dit heb ik eerder meegemaakt. Het afscheid komt eraan.
Ik verdwijn in een fles en niet lang daarna fietsen we samen naar de zee. Op vederlichte voeten dansen we richting de branding. De schrijver gooit woorden in zee, geeft ze aan de golven en heeft daar vrede mee. Voor hem is de reis compleet. Met verre oorden, tropische lezers, de geur van ananas en pina colada in zijn hoofd zit de schrijver nog geen tien minuten later op zijn fiets terwijl ik aanspoel op het strand. Daar komen wij elkaar tegen. Nieuwsgierig als je bent heb je mij opgevist uit de branding. Is een brief alleen een brief wanneer deze aankomt op zijn bestemming? Is een brief wel een brief wanneer deze niet verzonden wordt? Is een brief een brief als deze alleen in gedachten geschreven wordt? Uit de fles in jouw handen hoop ik op een nieuwe vonk. Woorden die hun weg nog moeten vinden wachten op een nieuwe bestemming. Misschien wel op nieuw publiek. Afbrokkelen, jezelf bij elkaar rapen en uit de pulp nieuwe sterke vezels scheppen. Uitzoeken waar anderen ophouden en waar jij begint. Dingen van jezelf in anderen terugzien en omarmen of afscheid van nemen.
Wij gaan samen grootse dingen doen, maar we hebben alle tijd om elkaar hierin te vinden. Nu staan we met uitzicht op zee eerst even samen stil en zijn we een groot, wit, leeg vel.