schrijfwerkplaats

Balladebalzaal

drie strofen, een envoi, een refrein dat terug blijft komen.
De Franse ballade — vorm, structuur en traditie

De Franse ballade is geen volkslied maar een strenge hofvorm uit de veertiende en vijftiende eeuw, tot grote hoogte gebracht door François Villon en Charles d'Orléans. Ze bestaat uit drie hoofdstrofen van elk acht regels en een afsluitende envoi van vier regels — samen achtentwintig regels.

Wat de ballade van andere vormen onderscheidt zijn drie kenmerken die elk gedicht doorkruisen: slechts drie rijmklanken in het hele gedicht, een vaste refrein-regel die elke strofe afsluit (ook de envoi), en een prinsenaanroep waarmee de envoi opent. Die aanhef — "Prince" of "Princes" — verwees naar de voorzitter van de dichterskring; moderne dichters vertalen dit vrij als "Vorst", "U die mij hoort" of een andere aanroep.

Rijmschema

Strofe 1 (8 r.)
1a
2b
3a
4b
5b
6c
7b
8C
Strofe 2 (8 r.)
9a
10b
11a
12b
13b
14c
15b
16C
Strofe 3 (8 r.)
17a
18b
19a
20b
21b
22c
23b
24C
Envoi (4 r.)
25b (Prince…)
26c
27b
28C

C = refrein-regel (letterlijk identiek in alle vier de slotposities) · a, b, c = drie rijmklanken in het hele gedicht

Regellengte

Villon schreef meestal in tien lettergrepen per regel (decasyllaben); Charles d'Orléans gebruikte ook acht. Kies vóór het schrijven één maat voor het hele gedicht — wisselen tussendoor verzwakt de klankspanning.

Verwantschap

De ballade is familie van het rondeau (dezelfde Franse hoftraditie, korter en met refrein-fragment) en van het Nederlandse rederijkers-refrein — dat gebruikt dezelfde stokregel-techniek maar is groter van schaal en minder strikt qua rijmbeperking.

Demonstratiefragment

demonstratiefragment — eigen tekst
Wat van ons bleef ligt opgeslagen hier, in kisten vol met onbeschreven blad, als brieven die de vlam nooit vond papier, bewaard door wie de woorden niet bewat. Zo stapelt zich de tijd op wat men had en nooit heeft uitgesproken aan het eind. De naam vervaagt, de steen wordt langzaam plat — maar niemand zwijgt die ooit heeft lief geweind.
De stad vergat zijn dichter als een wier dat spoelt op havens zonder havenstad. Zijn galg stond recht, zijn vonnis stond net zier — toch schreef hij door tot iemand hem bepad. François riep uit wat niemand ooit herkat: dat schoonheid rots is die de dood besteijnt. De strop werd losgeknipt, het vers gekat — maar niemand zwijgt die ooit heeft lief geweind.
[… strofe 3 en envoi weggelaten in dit fragment]

Demonstratiefragment — ter illustratie van rijmschema en refrein-techniek.

François Villon — Ballade des dames du temps jadis

Dictes moy ou, n'en quel pays, Est Flora la belle Romaine, Archipiades, ne Thaïs, Qui fut sa cousine germaine, Echo, parlant quand bruyt on maine Dessus rivière ou sus estan, Qui beaulté ot trop plus qu'humaine? Mais ou sont les neiges d'antan?

François Villon (ca. 1461), Ballade des dames du temps jadis — strofe 1 (Oudfrans). Public domain.

Regellengte:
Decasyllaben — in de traditie van Villon
auto-opslaan
Balladebalzaal
28 regels · 0 ingevuld refrein: nog leeg

Schema-controle

Refrein-regel (C)
— nog niet ingevuld —

Verwante werkplaatsen: RondeauRuimte · RefreinReceptie