Over het kwatrijn
Het kwatrijn is de kleinste kamer met een volwaardige architectuur: vier regels. De beroemdste bewoner is het Perzische of oosterse kwatrijn (robaʻi, meervoud rubaʻiyat), de vorm van Omar Khayyam: rijmschema a-a-b-a. De eerste twee regels zetten de klank, de derde regel wijkt af — een ademhaling, een aarzeling — en de vierde keert met kracht terug naar de klank. Die terugkeer geeft het kwatrijn zijn klap.
demonstratiefragment
Er zijn drie westerse broers: het gekruiste kwatrijn (a-b-a-b), het omarmende (a-b-b-a) en het gepaarde (a-a-b-b). Alle drie kun je hier kiezen. Het Perzische kwatrijn is van oudsher een zelfstandig gedicht: compleet in vier regels. Maar kwatrijnen laten zich ook rijgen: als reeks vormen ze een snoer waarin elk kwatrijn op eigen benen staat — voeg gerust kwatrijnen toe.
Metrisch is het Nederlandse kwatrijn vaak in vijfvoetige jamben gezet (zo'n tien lettergrepen), maar dat is gewoonte, geen wet. De teller telt mee; jij beslist.
Verwant en verderop in het museum: wie het kwatrijn combineert met een rijmend distichon, maakt een snelsonnet — daarvoor is de Snelsonnetsauna ingericht.