Over de limerick
De limerick is een humoristisch gedicht van precies vijf regels, vernoemd naar de Ierse stad Limerick. De vorm werd populair door Edward Lear in de negentiende eeuw, maar bestond al eerder als volksvorm. Kenmerkend is het verende ritme van drie slagen — twee korte, één lange (da-da-DUM) — dat de regels een dartele, bijna stamelende vaart geeft.
Bouw
A Regel 2 — aanvulling, verlenging van het beeld (7–10 lettergrepen)
B Regel 3 — complicatie of detail, korter (5–7 lettergrepen)
B Regel 4 — antwoord of reactie, even kort (5–7 lettergrepen)
A Regel 5 — de pointe: verrassing, draai, woordspeling (7–10 lettergrepen)
Rijmschema: AABBA. Slechts twee rijmklanken in het hele gedicht. De slotregel is het hart van de limerick — zonder pointe heb je een opsomming.
In het Engels is het drievoet-ritme (anapest: ˘ ˘ ¯) doorgaans strikt. In het Nederlands mag je losser omgaan met de onbeklemtoonde lettergrepen, zolang de drie-twee-drie-cadans voelbaar blijft. Begin desnoods met "Er was eens een [persoon] uit [plaats]…" — het helpt het ritme meteen op gang te brengen.
Historische noot
Lear gebruikte in zijn Book of Nonsense (1846) vaak dezelfde rijmklank in regel 1 én regel 5 — het gedicht cirkelt dan terug naar zijn beginwoord. Dat voelt soms als een anticlimax, maar is ook een elegante interne echo. Moderne limerickschrijvers kiezen vaker voor een echte draai in de slotregel. De vorm staat ook bekend om haar vrijpostige volksrepertoire — de tool stelt niets schalksch verplicht.
Demonstratie
Demonstratiefragment — MttS.