Wat is een stiftgedicht?
Bij een stiftgedicht schrijf je niet — je haalt weg. Je begint met een bestaande tekst: een krantenartikel, een boekpagina, een brief, een oud dagboekfragment. Dan maak je keuzes: welke woorden bewaar je? Wat je laat staan, wordt het gedicht.
Twee stijlen
Erasure (uitwissen) — de weggehaalde woorden worden lichter, bijna onzichtbaar. Wat overblijft laat zich lezen als een gedestilleerd stiftgedicht. De traditie gaat terug op Tom Phillips, die in 1970 begon aan A Humument: hij overschilderde bladzijden van een Victoriaanse roman, waarbij hij kleine stukjes tekst vrijliet. Mary Ruefle bewerkte met witte verf een negentiende-eeuws boekje tot A Little White Shadow (2006).
Blackout (zwartmaken) — de weggehaalde woorden worden bedekt met zwarte blokken, zoals een gecensureerd overheidsdocument of een krantenknipsel van Austin Kleon (Newspaper Blackout, 2010). Het resultaat is een visueel kunstwerk: zwarte balken met woorden ertussen.
Er is geen vormvereiste voor het resulterende stiftgedicht. Geen rijm, geen vaste lengte, geen metrum. De brontekst geeft het materiaal, jij maakt de keuzes.
Demonstratie (eigen fragment)
Hieronder een demonstratiefragment — dezelfde zin als stiftgedicht in erasure- en blackout-stijl:
Wat overblijft: stad stil grijs nergens scheen. — demonstratiefragment
Publiekdomein en auteursrecht
Publiekdomein-bronnen voor dit paviljoen: Multatuli (Max Havelaar, 1860), Louis Couperus (De stille kracht, 1900; Eline Vere, 1889), Joost van den Vondel (drama's en gedichten). Via DBNL en Project Gutenberg.
Verwante werkplaatsen
Dit paviljoen behoort tot een reeks 'schrijven door beperking'-werkplaatsen, verwant aan de Oulipo-traditie: de Substitutieschuur (N+7, woorden vervangen door het zevende woord erna in het woordenboek) en de Opdrachtoranjerie (Beau Présent, alleen letters uit een naam gebruiken).