Niet te verwarren met Pantun.
De pantoum — hoe werkt de rolladering?
De pantoum is een Maleise dichtvorm — de pantun — die via het Frans naar Europa reisde. Baudelaire en Leconte de Lisle schreven er in de negentiende eeuw mee; via hen vond de vorm zijn weg naar andere talen. Het kenmerk is mechanisch en tegelijk betoverend: regels rollen door van strofe naar strofe, en aan het eind keer je terug bij het begin.
De structuur
Een pantoum bestaat uit kwatrijnen (vier-regelige strofen). Elk kwatrijn rijmt abab. Het bijzondere is de rolladering:
Het slotmeganisme is elegant: de eerste en derde regel van strofe 1 keren terug als tweede en vierde regel van het slot — in die volgorde (r3 als 2e, r1 als 4e). Het gedicht eindigt letterlijk waar het begon.
In de klassieke variant rijmen alle a-regels op elkaar door het hele gedicht, en alle b-regels. In modernere praktijk volstaat rijm binnen elk kwatrijn.
Verschil met de pantun
De pantoum is een Franse bewerking van de pantun — de Maleise mondelinge dichtvorm uit Maleisië en Indonesië, sinds 2020 op UNESCO's lijst van immaterieel erfgoed. Victor Hugo populariseerde de Europese variant in de jaren 1820, op basis van vertalingen van Ernest Fouinet (1829). De Franse omwerking voegde de karakteristieke rolladering toe — regels die van strofe naar strofe doorrollen — die in de oorspronkelijke pantun niet voorkomt. Daar staan kwatrijnen los van elkaar, elk met een eigen verhouding tussen pembayang (de schaduw, het beeld) en maksud (de bedoeling, de eigenlijke betekenis). De pantoum is dus eerder een Franse uitvinding met Maleise stamboom dan een directe uitvoering van de pantun. Wie de oorspronkelijke vorm wil verkennen: zie Pantunpergola.
Demonstratiefragment
Demonstratiefragment — geen attributie.