▸ Over deze vorm
▸ Wat is een sonnet? — de bouwstenen
Een sonnet (Italiaans sonetto, ‘klein klinkend lied’; in het Nederlands ook klinkdicht) is een gedicht van veertien regels. Het ontstond in de dertiende eeuw op Sicilië en raakte daarna over heel Europa verspreid, mede door de honderden sonnetten die Petrarca aan zijn onbereikbare Laura wijdde. Ook in Nederland is de vorm in golven populair geweest: in de zestiende eeuw, de late negentiende eeuw en rond de Tweede Wereldoorlog, en hij houdt tot vandaag stand bij dichters als Jan Kal, Patty Scholten, Jean Pierre Rawie, Driek van Wissen, Jan Kuijper en Gerrit Komrij.
Octaaf en sestet
Meestal valt het sonnet in twee delen uiteen. De eerste acht regels heten het octaaf (twee kwatrijnen), de laatste zes het sestet of sextet (vaak twee terzinen). De delen zijn al door het rijm gescheiden, maar er is ook een inhoudelijke verdeling: het octaaf kan een beschrijving geven, het sestet een beschouwing of conclusie. Het octaaf kan over de wereld, de zomer of de avond gaan, het sestet over de hemel, de winter of de ochtend. De mogelijkheden zijn legio.
De wending (volta)
Het scharnier van het sonnet is de wending of volta (ook chute): het omslagpunt waarop het gedicht van toon, perspectief of gedachte kantelt. In het Italiaanse sonnet ligt die wending na regel 8; in het Shakespeare-sonnet pas na regel 12, waarna het slotcouplet als een soort klap de conclusie trekt. Waar je de wending plaatst, bepaalt mede het karakter van je sonnet — deze werkplaats tekent de gekozen positie met een lijn, maar dwingt niets af.
Metrum: jambe en alexandrijn
Veel sonnetten hebben een vast metrum. Klassiek is de vijfvoetige jambe (vijf keer zwak-sterk, da-DÚM, ongeveer tien of elf lettergrepen) — het ritme dat sinds Italië aan het sonnet kleeft. In de Nederlandse sonnetten van de zestiende en zeventiende eeuw overheerst echter de Franse alexandrijn: een zesvoetige jambe van twaalf of dertien lettergrepen, met een cesuur (rust) in het midden, na de derde voet. Beide normen staan in deze werkplaats als optie; kies ‘vrij’ als je geen lettergreepnorm wilt zien.
Rijm en de moeite ervan
Een sonnet komt je niet zomaar in de schoot geworpen. Het strakke schema abba abba
vraagt handigheid: je moet twee rijmklanken vier keer laten terugkomen. Schema’s als
cdc dcd of cde cde zijn makkelijker, omdat elke klank maar drie of zelfs
twee keer hoeft. Het Shakespeare-schema abab cdcd efef gg is het mildst: elke
rijmklank komt slechts twee keer voor. Let op vrouwelijk (glijdend) rijm op onbeklemtoonde
lettergrepen — dat kan gemakkelijk maar ook slap worden — en op clichérijmen die de
lezer al ziet aankomen.