schrijfwerkplaats

SonnetSerre

veertien regels, een vorm naar keuze, een wending waar die hoort.

Over deze vorm
Wat is een sonnet? — de bouwstenen

Een sonnet (Italiaans sonetto, ‘klein klinkend lied’; in het Nederlands ook klinkdicht) is een gedicht van veertien regels. Het ontstond in de dertiende eeuw op Sicilië en raakte daarna over heel Europa verspreid, mede door de honderden sonnetten die Petrarca aan zijn onbereikbare Laura wijdde. Ook in Nederland is de vorm in golven populair geweest: in de zestiende eeuw, de late negentiende eeuw en rond de Tweede Wereldoorlog, en hij houdt tot vandaag stand bij dichters als Jan Kal, Patty Scholten, Jean Pierre Rawie, Driek van Wissen, Jan Kuijper en Gerrit Komrij.

Octaaf en sestet

Meestal valt het sonnet in twee delen uiteen. De eerste acht regels heten het octaaf (twee kwatrijnen), de laatste zes het sestet of sextet (vaak twee terzinen). De delen zijn al door het rijm gescheiden, maar er is ook een inhoudelijke verdeling: het octaaf kan een beschrijving geven, het sestet een beschouwing of conclusie. Het octaaf kan over de wereld, de zomer of de avond gaan, het sestet over de hemel, de winter of de ochtend. De mogelijkheden zijn legio.

De wending (volta)

Het scharnier van het sonnet is de wending of volta (ook chute): het omslagpunt waarop het gedicht van toon, perspectief of gedachte kantelt. In het Italiaanse sonnet ligt die wending na regel 8; in het Shakespeare-sonnet pas na regel 12, waarna het slotcouplet als een soort klap de conclusie trekt. Waar je de wending plaatst, bepaalt mede het karakter van je sonnet — deze werkplaats tekent de gekozen positie met een lijn, maar dwingt niets af.

Metrum: jambe en alexandrijn

Veel sonnetten hebben een vast metrum. Klassiek is de vijfvoetige jambe (vijf keer zwak-sterk, da-DÚM, ongeveer tien of elf lettergrepen) — het ritme dat sinds Italië aan het sonnet kleeft. In de Nederlandse sonnetten van de zestiende en zeventiende eeuw overheerst echter de Franse alexandrijn: een zesvoetige jambe van twaalf of dertien lettergrepen, met een cesuur (rust) in het midden, na de derde voet. Beide normen staan in deze werkplaats als optie; kies ‘vrij’ als je geen lettergreepnorm wilt zien.

Rijm en de moeite ervan

Een sonnet komt je niet zomaar in de schoot geworpen. Het strakke schema abba abba vraagt handigheid: je moet twee rijmklanken vier keer laten terugkomen. Schema’s als cdc dcd of cde cde zijn makkelijker, omdat elke klank maar drie of zelfs twee keer hoeft. Het Shakespeare-schema abab cdcd efef gg is het mildst: elke rijmklank komt slechts twee keer voor. Let op vrouwelijk (glijdend) rijm op onbeklemtoonde lettergrepen — dat kan gemakkelijk maar ook slap worden — en op clichérijmen die de lezer al ziet aankomen.

auto-bewaren

Rijmschema

Show, don’t tell iShow, don’t tell: verbeeld gevoelens en oordelen via zintuiglijke details, handelingen of beelden — benoem ze niet rechtstreeks. ‘Hij was boos’ is telling; ‘hij schoof de stoel achteruit zonder hem op te tillen’ is showing. De lijst markeert woorden die vaak vertellen in plaats van verbeelden. Dit is een hulpmiddel, geen harde regel; context bepaalt alles. Woorden met meerdere betekenissen kunnen ten onrechte worden gemarkeerd.

Rijmwaarschuwingen